'Als je het niet ziet aankomen, mis je het altijd' - Lars Kuipers interviewt Gerhard van Roon

Na 25 jaar verlegt Gerhard van Roon het accent in zijn werk: voortaan ligt de nadruk op luchtfotografie. De voortdurende druk op de prijzen en de steeds 'plattere' beeldcultuur brengen hem tot die stap. In de luchtfotografie komt zijn liefde voor het beeld bijeen met die andere passie: het vliegen. 'Bevredigend aan luchtfotografie is de enorme complexiteit.'

'Ik kan me mijn eerste foto die ik bewust heb gemaakt nog heel goed herinneren. Ik was een jaar of zeven, we waren een weekje weg ergens in de Achterhoek. Mijn ouders hadden zo'n Kodak-cameraatje mee dat nog van mijn oma was geweest. Ergens scharrelde een pauw rond. Die wilde ik dolgraag fotograferen. Je moest met die oude camera's heel erg uitkijken dat je niet vergat om door te draaien, om te voorkomen dat je meerdere opnamen over elkaar maakte. Mijn ouders hadden me dat verteld. Ik herinner me nog hoe ik heel bewust de film doordraaide nadat ik op het knopje had gedrukt en die pauw had vastgelegd, of beter, gered van de sterfelijkheid. Zonder dat ik het zo kon benoemen, was het idee dat je iets kunt fixeren in de tijd toen al fascinerend. Beeld als wapen in de strijd tegen vergankelijkheid. Die foto van die pauw moet nog ergens in een album zitten. Volkomen onscherp, bewogen en onderbelicht.'

Zenith

'Als cadeau voor mijn eindexamen op de middelbare school kreeg ik mijn eerste spiegelreflexcamera; een Zenith, Russisch, log en zwaar maar onverslijtbaar. En zo simpel dat ik meteen begreep hoe het werkte met sluitertijden en diafragma's. Ik fotografeerde wat ik zoals aan het doen was en wat ik tegenkwam: mensen, natuur.

Mijn eerste studie, technische natuurkunde aan de HTS in Dordrecht, vond ik verschrikkelijk saai. Mijn vader zei: ''Dat is altijd zo in het eerste jaar, hou vol". Maar het tweede jaar werd het niet beter. Ik dacht: nog twee jaar door en dan word ik hoofd van de technische afdeling in een ziekenhuis. Dat leek me niks.

Op dat moment kwam ik twee personen tegen die het denken over mijn professionele toekomst een duw gaven: de eerste had van zijn badkamer een donkere kamer gemaakt, de tweede fotografeerde voor een huis-aan-huisblad, Groot Vlaardingen, en vertelde me over zijn werk. Ik had me nooit gerealiseerd dat fotograferen je werk kon zijn. In die tijd mocht je nog zes jaar studeren, dus ik dacht: als ik nog wil switchen, dan moet het nu.'

'Dit is het'

'Ik deed toelatingsexamen bij de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar heb ik nooit spijt van gehad, want vanaf dag één wist ik: dit is het. Wat me aantrok, was de breedte van het vak. Fotografie is universeel: het heeft een technische en een kunstzinnige kant, het heeft te maken met vormgeving, met om je heen kijken, met journalistiek, met omgaan met mensen, verhalen vertellen, reizen - alle dingen die ik interessant vond. Fotografie is voor mij altijd een groot huis geweest met allemaal kamertjes met daarin interesses, en al die kamertjes struin je af.

De nadruk bij fotografie lag zwaar op de technische aspecten van het vak, te verklaren doordat de vroegere MTS voor fotografie en fotonica met de KABK was gefuseerd. De meer kunstzinnige studenten die moeite hadden met de techniek, stroomden meestal niet door naar het tweede jaar. Voor mij, met mijn technische inslag, was de techniek een eitje; als je mij een grafiek liet zien met een belichtingsindex begreep ik meteen waarom het ging. Met de vraag of fotografie een kunstvorm is, heb ik me nooit zo beziggehouden.'

De straat op

'Mijn eerste stage liep ik bij het Rotterdams Dagblad. Daar werd je meteen de straat opgeschopt: hier heb je een paar filmpjes en wegwezen. De eerste week liet de redactie je gewoon los; de straat op, kijken wat 'ie maakt. Daarna kwamen de opdrachten die ook mee gingen in de krant: portretten bij interviews, theatervoorstellingen voor de cultuurbijlage, reportagefoto's bij achtergrondverhalen. Voor het eerst zag ik een achterstandswijk van dichtbij met arme mensen - een kant van Nederland die ik als braaf middenklassejongetje helemaal niet kende.

Het tweede half jaar stage liep ik mee met Roel Rozenburg in politiek Den Haag. Die injectie van de beroepspraktijk maakte dat ik daarna veel onafhankelijker tegenover de academie stond. Het was 1994, de Tweede Kamerverkiezingen kwamen eraan en ik bedacht een afstudeeronderwerp: ik ga de lijsttrekkers van de vier grote partijen volgen, Bolkestein, Kok, Van Mierlo en Brinkman. Dat ging lekker, ik had er plezier in. Ik publiceerde al foto's in kranten als NRC, Trouw en Het Parool. Ik was er totaal niet meer mee bezig of ik mijn diploma zou halen.'

Vierkoloms

'In mijn L-vormige kamer aan de 'Gedempte Burgwal had ik een muurtje gebouwd. Aan de ene kant was mijn doka, aan de andere kant stonden een bureau, een bed en een zwart wit tv. In die tijd kon je nog gewoon foto's insturen naar de krant. Die maakte je de avond van tevoren, 's nachts drukte je ze thuis af en de volgende dag nam je met je envelopje de trein naar Rotterdam Alexander waar de redactie van NRC Handelsblad zat. Heel laagdrempelig, en het gaf een geweldige kick als je zo'n foto afgedrukt zag. 

Ik herinner me een foto bij de presentatie van de Voorjaarsnota in 1993 die financieel heel erg tegenviel; minister van financiën Kok was op de achtergrond aan het woord en ik had scherpgesteld op een somber kijkende premier Lubbers vlak voor hem. Vierkoloms afgedrukt in Trouw, pagina 4, de krant die mijn ouders 's ochtends van de mat haalden, geweldig vond ik dat. Voor zo'n foto kreeg je 125 gulden, daar kocht ik dan weer een doos fotopapier voor. Al snel kon ik er goed van leven. Wrange ironie; tegenwoordig is 50 euro voor een foto ook weer een heel redelijk bedrag.'

Beveiliging

'Na de moord op Pim Fortuyn werd de politiek een moeilijker terrein om te fotograferen. De beveiligingsmaatregelen werden enorm opgeschroefd, terwijl ik die examenserie in 1994 had gemaakt zonder perskaart, pasje of wat ook. Je liep gewoon naar binnen en iedereen vond het leuk als je er was. Voorlichters waren er wel maar op een gegeven moment kenden ze je gezicht en wisten ze dat je geen kwaad deed.

Met die veiligheidsmaatregelen werd de politiek minder leuk. Ineens had je overal pasjes nodig. Fotografen zijn natuurlijk ook een beetje lastig en de veiligheid werd door deze en gene aangegrepen om selectiever te zijn in het toelatingsbeleid. Ineens waren er mensen die bepalen of jij er wel of niet bij mocht zijn. In 2005, tijdens het zoveelste kabinet Balkenende, dacht ik: het is mooi geweest. Zat je weer bij zo'n debat over Rita Verdonk, dat begon om half tien 's ochtends, was je drie termijnen en een motie van wantrouwen verder, stond je om half twee 's nachts buiten en dan was ze nog niet afgetreden.

Daar kwam bij dat ik ook met fotoprojecten buiten de politiek begon en dat ik toen pas merkte hoe de politiek je opslorpt. Had je net een afspraak, moest je die weer afzeggen omdat iemand in Nieuwspoort met drie borrels op iets had gezegd dat weer een debat opleverde en waarvoor je twee dagen rond de Tweede Kamer moest bivakkeren. Je kunt in feite maar één agenda hebben: die van het Binnenhof.'

Race to the bottom

'Ook commercieel was er inmiddels een en ander begonnen te schuiven. De eerste stap was de komst van de commerciële televisie in de jaren negentig. De mogelijkheden van televisiereclame drukten indirect op de fotobudgetten bij de kranten. De race to the bottom bij de kranten is toen ingezet. Dat werd nog eens dubbel zo erg toen hedgefondsen krantenuitgevers begonnen op te kopen. De winstpercentages van de krant bewogen in de enkele cijfers, maar agressieve eigenaren wilden ineens dubbele getallen zien. En het werd steeds lastiger nog een foto geplaatst te krijgen.

In 2003 kocht ik voor 3800 euro mijn eerste digitale camera, een tweedehands Nikon. Ik vond de kwaliteit eerlijk gezegd maar matig. Ik ben nooit zo gehecht geweest aan mijn digitale camera's; dat waren werkpaarden die je na verloop van tijd weer verkocht. Mijn analoge camera's heb ik altijd bewaard. De afgeragde Nikons waarmee ik mijn examenopdracht heb gefotografeerd heb ik nog steed, net als de heerlijk lichte Leica M6-jes die ik me daarna kon veroorloven. En zeker voor corporate opdrachtgevers, waar je vaak wat meer tijd had, ben ik nog jarenlang analoog blijven fotograferenmet de Mamya RB67 omdat ik de kwaliteit van digitaal niet goed genoeg vond.'

Laatste moment

'Wat ik steeds beter ben gaan zien, is dat de digitalisering iets heeft veranderd aan de vraag van de opdrachtgever, in elk geval in de nieuwsfotografie. Voorheen waren redacties de dag van tevoren al bezig met het plannen van de krant van morgen. Welke fotograaf ging wanneer waar naartoe? Dat moest je goed organiseren. 

Digitale fotografie, was aanvankelijk het verhaal, bood de kans om zo lang mogelijk bovenop het nieuws te blijven zitten; de sportfotograaf hoefde niet langer voor het eind van de wedstrijd naar huis. Maar als iedereen op elk moment een foto kan maken, hoef je minder na te denken wat je eigenlijk wilt. In de praktijk zag je dus dat je steeds later werd gebeld en dat opdrachtgevers ervan uit gingen dat alles op het laatste moment nog wel kon. Daarmee verdampte de ruimte om lang te werken aan een onderwerp. Voor sommige onderwerpen moet je nu eenmaal niet komen binnenvallen; daar moet je misschien eerst wel een keer naartoe zonder camera.'

Beeldtaal verandert

'De val van Lehman Brothers in 2008 en de wereldwijde crisis die daarop volgde, betekenden een nieuwe dreun voor de budgetten die beschikbaar waren voor beeld. Opdrachtgevers die minder geld hadden voor beeld, zagen zich nu genoodzaakt om te zoeken naar andere, goedkopere oplossingen. Immers: het jaarverslag moet wel worden gemaakt, compleet met beeld. Ook de beeldtaal is daardoor veranderd: als je tien jaar lang noodgedwongen al je uitingen illustreert met stockfoto's, verandert dat blijvend de manier waarop je naar beeld kijkt. Waar je voorheen de opdracht kreeg om op maat te fotograferen, zag je nu ineens overal rechtenvrije stockfoto's met clichébeelden: twee managers die elkaar de hand schudden. Dat lijkt inmiddels de norm geworden: ingewikkelde beelden met veel lagen en achtergrond, nee joh, veel te complex. Dat draai je niet meer terug.

Als je Bert Verhoeff naar een demonstratie stuurde, kwam hij altijd terug met een beeld dat meer aan een theatervoorstelling deed denken. Geen close up van iemand met een spandoek die zijn vuist balt, nee: twee punkmeisjes die omhoog keken naar politiemensen te paard die hoog boven hen uittorenden en die bijna verliefd naar hen keken. Een moment dat misschien maar een seconde duurde en dat hij op een heel intelligente, opmerkzame manier wist te vangen. Als je dan een fotoredacteur hebt die zegt "Ik zie geen spandoek" ben je uitgepraat.'

Hoop geld

'Digitale fotografie, zeker na de komst van de smartphone, betekende ook dat er ineens een alternatief kwam voor goed beeld. Ineens kreeg je te maken met opdrachtgevers die een offerte zagen en zeiden: "Oei, dat is wel een hoop geld. We kunnen ook de receptioniste vragen, die fotografeert als hobby". Dat is natuurlijk een veeg teken, dan maakt het dus kennelijk niet meer uit wie de foto maakt.

Ook de omgang tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is teruggebracht tot het uiterst minimale. Ik zie mijn opdrachtgevers nauwelijks meer. Alles gaat via de mail of de app. Ik vind dat jammer: het maakt het vak solitair. Dat je dertig jaar terug met je foto's op die krantenredacties langs moest, had heel veel nadelen. Maar een van de voordelen was dat je elkaar sprak en wist waar je over en weer mee bezig was. Tegenwoordig ken je je opdrachtgever minder goed en weet minder goed wat ze willen. Het klinkt misschien snobistisch, maar toen ik met dit vak begon, was mijn eigen niveau laag en dat van de opdrachtgevers met wie ik werkte heel hoog. Nu is het vaak andersom; de opdrachtgever die ook mijn werk moet beoordelen, denkt vaak niet goed na over beeld.'

Authenticiteit

'Hoe dan ook geldt: maatwerk in beeld is beter dan zomaar iets van de plank trekken. Dat is een kwestie van authenticiteit. Als organisatie doe je jezelf tekort met van die stomme stockfoto's. Kijk maar eens op internet op hoeveel duizenden websites die zelfde lachende mevrouw opduikt. Wat je overhoudt, is een platte, gesimplificeerde, veilige en weinig verrassende werkelijkheid die aan elkaar hangt van cliché's. Daar ben je als fotograaf op een gegeven moment wel klaar mee. Het maakt me verdrietig.

In januari staakten de nieuwsfotografen. Die staking ging niet alleen over geld maar ook over zaken als auteursrechten en het eigendom van jouw werk, zaken die goed bevochten zijn en decennia lang buiten kijf stonden en die je ineens maar wordt geacht weg te geven. De actie van de fotografen was primair gericht tegen Hollandse Hoogte en het ANP, die net zijn overgenomen door Talpa. Ik ben geen lid van de NVF maar ik dacht: ik ga erheen. Ik zag zestig of zeventig mensen, de meesten tussen de 45 en 55, soms veel getalenteerder dan ik, die gewoon geen werk hebben. Daar werd ik echt een beetje treurig van. Ook omdat ik geen jongeren zag - die hebben eenvoudig nooit voor dit vak gekozen.

In 1994, 25 jaar geleden nu, ben ik afgestudeerd. Met dat jubileum wilde ik iets doen, maar als je je eigen werk van die 25 jaar overziet, zie je hoe het vak zich naar beneden heeft ontwikkeld. Ik merkte het toen ik de selectie maakte voor deze nieuwsbrief. Je zou verwachten dat het met de jaren eenvoudiger wordt een kwalitatief goede foto te pakken, maar het is andersom. Je hebt minder interessante opdrachten, minder vrijheid en minder ruimte om je vak te beoefenen.'

Vliegbrevet

'In 2011 haalde ik mijn vliegbrevet. Dat begon met één vlieglesje dat ik zo leuk vond dat ik dacht: hier zou ik wel verder mee willen. Vervolgens ga je grenzen verleggen. Je denkt: het zou toch mooi zijn als ik een paar lessen heb gehad en ze laten me solo vliegen. Als het een keer zo ver is, denk je: ja hallo, nou gaan we het ook afmaken. Heb je een keer dat brevet, dan ga je nog een nightrating halen, een rating voor meermotorige vliegtuigen en het commerciële brevet.

Mijn eerste opdracht voor een luchtfoto kreeg ik pas toen ik mijn brevet al een jaar had. Het ging om een sluis bij Nijmegen. Als ik die opdracht zou aannemen, had ik een vergunning nodig van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst om vanuit de lucht te mogen fotograferen. Daar heb ik me wel even op moeten storten, maar die vergunning heb ik uiteindelijk gekregen.

Idioot eigenlijk: toen ik bezig was mijn brevet te halen stond ik er geen moment bij stil dat ik daar ook nog iets mee kon in de fotografie. Maar na die eerste opdracht dacht ik meteen: vliegen en fotografie, hartstikke leuk en ik verdien er nog geld mee ook, dit gaan we vaker doen.'

Improviseren

'Vliegen en fotografie hebben parallellen. Je moet goed kijken, opmerkzaam zijn. Net als bij fotograferen moet je ook bij vliegen een behoorlijke routine hebben om het echt goed te kunnen, maar met routine alleen kom je er niet. Je moet ook goed kunnen improviseren. Zowel in vliegen als in fotografie zijn er ongelooflijk veel variabelen. Dingen lopen altijd anders dan je ze van tevoren bedenkt en je moet het vermogen hebben daar goed op te reageren, anders overvalt de werkelijkheid je. 

In het voorjaar van 2019 was er onderhoud aan een landingsbaan van Schiphol, een klus die ik moest fotograferen voor bouwbedrijf Heijmans. Daar draai je met je vliegtuigje rondjes boven een landingsbaan die niet in gebruik is, maar de andere banen zijn wel in gebruik dus de Boeings vliegen gewoon langs je Cessna heen. Dat moet je goed voorbereiden. Maar wat je niet kunt voorbereiden, is dat een 747 van KLM net taxiënd langs de plek komt waar Heijmans aan het asfalteren is. Dat korenblauw van KLM en het geel van Heijmans vormen een prachtige match. Je kunt het niet organiseren, maar je moet het zien, je moet het willen vangen, nog een paar rondjes blijven draaien en precies het goede moment vastleggen want je vliegt er met 160 kilometer per uur overheen. Lukt dat, dan geeft het een enorme kick. Over een seconde bestaat het niet meer.'

Variabelen uitsluiten

'Bevredigend aan luchtfotografie is de enorme complexiteit. Je wilt zo goed mogelijk voldoen aan de wens van je opdrachtgever, maar tegelijk heb je te maken met zoveel verschillende factoren die het lastig maken. Vooral het weer heb je niet in de hand. En je kunt niet een hele dag in de lucht blijven hangen, daar is vliegen veel te duur voor. Binnen het budget moet je jezelf dus een bepaalde tijd geven om die foto te maken. En tijdens dat moment moet alles zo optimaal mogelijk zijn. Dat kun je afdwingen door zoveel mogelijk andere variabelen uit te sluiten. En je moet het zien. Bij straatfotografie kun je ook hebben dat je uit je ene ooghoek een oud mannetje ziet lopen en uit de andere hoek duikt een meisje op rolschaatsen op - als je het niet ziet aankomen, mis je het altijd.

Bij luchtfotografie neem je een standpunt in dat onnatuurlijk is voor mensen. Vanuit dat standpunt toon je mensen een nieuwe dimensie, iets dat ze anders nooit zouden zien. Iets dat op de grond chaotisch lijkt, zoals een klaverblad, kan van een hoogte van 150 meter ineens heel geordend blijken. Of andersom, zoals in de Rotterdamse haven. Het kantelen van dat perspectief vind ik interessant. Niet voor niets zit iedereen die thuiskomt van een vliegvakantie vlak voor de landing uit het raampje nog foto's te maken. De bollenvelden, die weilanden, overal water, dat is Nederland.'

Den Haag november 2019